Home
Ilog
Werk
Leven
Boeken
Teksten
Contact
Ilog
Lesje economie 30/07/2010

In Parijs, zo schrijft Basil Woon in 1929, op het toppunt van de gay twenties, is honderd francs honderd francs. Niet veel, maar genoeg om een goede maaltijd te kopen, een min of meer fatsoenlijk overhemd of een kamer in een bescheiden hotel.

In Deauville daarentegen is honderd francs een fiche (hij bedoelt: in het Casino). Een klein fiche, dat zo uit je hand vliegt: weg is het. De sfeer van careless prodigality - onbezorgde verkwisting - is daar verbijsterend; maar het went heel snel.

Ik blijf haken bij die honderd francs. Wat zou een goed equivalent zijn anno 2010 in Amsterdam? Vijftig euro, denk ik. Een maaltijd in een restaurant, een overhemd: het kan goedkoper, maar Basil Woon is een man van de wereld. En ik weet niet hoe ze in het casino tegen een fiche van 50 euro aankijken, maar het zou best eens kunnen kloppen.

Alleen een hotelkamer vind je daar niet voor. Hotelkamers zijn dus veel sneller duurder geworden dan kleding en eten. Maar die kun je dan ook niet uit het buitenland importeren: ziedaar de global economy in een notedop. 


Een kubieke kilometer 27/07/2010

Er is een luguber gedicht van Erich Kästner (1899-1974): 'Ein Kubikkilometer genügt'. Het gaat erover dat je de complete wereldbevolking zou kunnen opbergen in één stevige kist van een kubieke kilometer - en dat je die in een diepe vallei zou kunnen gooien: daar zou de mensheid dan liggen, er zou gras over groeien en zand overheen waaien, de steden zouden leeg staan. Maar dat zou dan niemand meer weten.

Kästner schreef het omstreeks 1930, toen er twee miljard mensen op de wereld waren; nu zijn het er meer dan drie keer zo veel. Gek genoeg zijn er versies op internet te vinden waarin het bevolkingscijfer is aangepast - terwijl het in het gedicht juist gaat over een wiskundige, en de berekening moet zijn gebaseerd op twee mensen per kubieke meter.

Ik moet aan dat gedicht denken als ik hoor over feesten zoals die rampzalige Love Parade, waar honderdduizenden mensen komen die voor hun plezier nog heel wat hogere mensdichtheden bereiken. Je leest over negen personen per vierkante meter, daarboven zou het pas gevaarlijk worden. Als je dat weet, is een halve kubieke meter per persoon nog heel ruim. Ach ja: misschien zou die stevige kist uit 1930 nog steeds wel voldoende zijn. 


Vorstelijk vermaak 26/07/2010

Donkere wolken trokken op vanuit het westen, maar ze waren er nog niet, en soms brak de zon zelfs door boven de Veluwezoom. De familie van Oranje ging daar al in de 17de eeuw op jacht vanuit de Hof te Dieren. Wij liepen langs onafzienbaar lange beukenlanen en -paden, en passeerden de Carolinaberg en de Carolinahoeve. Die zijn genoemd naar een dochter van stadhouder Willem IV, geboren in 1743 en de voormoeder van de huidige koningin. Veel van die beuken moeten minstens 250 jaar oud zijn. Op de Carolinaberg komen tien lanen bij elkaar - tenminste, wij telden er tien, op de kaart zie ik er dertien, en de wandelbeschrijving zegt: veertien. Een aardigheidje, voor als je van het Hof te Dieren aangereden kwam, op weg naar de Onzalige Bossen om zwijnen te schieten.


Pannen 22/07/2010

Vroeger wisten we nog welke uit wiens ouderlijk huis kwam, maar daar zijn we al jaren niet meer zeker van: de kleine van bij mij thuis, de grote van jou? Het doet er niet meer toe. De aanblik van dit tweetal is zo vertrouwd dat je ze eigenlijk niet meer echt ziet, je weet het al, net zoals je het gezicht van een familielid kent - totdat je ineens, in een moment van vervreemding, denkt: hé, zo zie jij er uit...

Tegenwoordig staan ze op de boot, op het Engelse fornuisje (als er niet wordt gekookt wonen ze in het oventje, de kleine in de grote). Als ik naar deze foto kijk twijfel ik weer: ze lijken wel erg op elkaar, komen ze echt wel uit twee verschillende ouderlijke huishoudens? Pas nu dringt tot me door dat ze, hoe dat ook zij, even oud moeten zijn als wij zelf. En wat het een raar woord is: pan.


Verwaaid 18/07/2010

Buiten stond windkracht 7 à 8, dus bleven we in de haven; en dat was toevallig de Noorderhaven in Harlingen. Geen straf om daar verwaaid te liggen: Harlingen is een mooie kleine stad en de Noorderhaven een bijna statige gracht met oude gevels. Eindelijk had ik tijd om het Hannemahuis te bekijken, een museum dat honderd dingen heeft waar je ogen aan blijven hangen: van de grillige, stokoude beukeboom in de museumtuin tot de wand met proeftegeltjes van de laatste Harlinger tegelfabriek (er is hier eeuwenlang aardewerk gemaakt) en de tentoonstelling van het werk van de schilder W.G.F. Jansen (1871-1949).

Het is een verbazend rijk museum achter een eenvoudige gevel. Dat moet te maken hebben met de geest van de familie Hannema. Een negentiende-eeuwse Hannema, Leendert (1825-1910) was jeneverstoker - maar hij sloot zijn bedrijf in 1856 omdat hij zag hoeveel ellende zijn product veroorzaakte. Nu dient zijn woning, inclusief de fundamenten van de oude stokerij die zijn teruggevonden onder het pand, om moderne bezoekers iets over het verleden bij te brengen; dat zou de oude Leendert zeker hebben goedgekeurd. (Ik denk zelfs dat hij zich als Harlinger zou hebben verontschuldigd voor de luid versterkte feestherrie, die 's avonds de stilte in de Noorderhaven verstoorde.)


Oranje kwasten 10/07/2010

Er gaat niets boven een haven. Vooral een werkhaven is altijd mooi, geen vergelijk met een jachthaven, met die bleke pleziervaartuigjes - alleen al de kleuren. Op Oudeschild (Texel) loop je van de jachthaven naar het dorp langs kades waar vissersschepen liggen: kleine en grote, oude en nieuwe. Grote vissersschepen hebben sinds een jaar of tien een rare stroomlijnvorm, die doet denken aan de manier waarop een striptekenaar een snel varende boot zou weergeven. Ze zijn ook geschilderd in de vreemdste, ijskastachtige kleuren. De kleinere, oudere schepen zien er op de een of andere manier eerlijker uit.

Vorige week vielen me opeens de tientallen kwasten op die langs de netten hangen, gemaakt van uitgeplozen stukken touw. Oranje touw, in veel gevallen - maar niet consequent, en met oranjegekte leken ze niet te maken te hebben (behalve dat ze misschien toch daardoor mijn oog trokken). Hingen die kwasten daar vroeger ook, en waar dienen zij voor? Vinden de vissen ze gezellig? De wereld is vol raadsels. 


Vragen over bloot en rood 06/07/2010

Het was warm en de columnisten schreven weer eens over bloot op straat: ik telde er drie in twee dagen, allemaal in NRC Handelsblad. Maar ik kan het niet helpen, mij houdt het ook bezig, sinds ik vorige week een bezoekster in het Rijksmuseum min of meer in haar ondergoed zag lopen - een broekje en een hemdje. Toen vroeg ik me af: zouden ze bij het Rijks een beleid hebben, afgesproken grenzen? Zou een bikini ook mogen? Een ontbloot bovenlijf denk ik niet, van welke kunne dan ook.

Het is raar dat je erdoor gebiologeerd raakt, maar dat gebeurt gauw: lelijke kleren zijn nu eenmaal veel gemakkelijker te negeren dan lelijke naaktheid. De afgelopen dagen was ik op het water, waar vooral de ontblote mannentors veel opgeld doet, in de meest afschrikwekkende vormen: met dikke bossen grijs pluishaar er op, of royaal over het broekje hangende buik. Het is zo gewoon geworden, dat netjes bedekte bootjesmensen je opvallen: ha, een overhemd!

Dat laatste is, als het een beetje wil, dan gecombineerd met een verschijnsel dat eigenlijk een apart ilogje verdient: een rode broek. Die zie je al sinds een jaar of vijftien, twintig op een bepaald soort dure meneren. Terwijl ik dit schrijf bedenk ik dat Ralph Lauren er misschien mee is begonnen. Er moet een reden zijn, en ik zou hem dolgraag willen weten: waarom dragen corpsballen in hun vrije tijd toch zo graag rozerode broeken? 


De lezer in de krant 02/07/2010

Iedere lezer wil tenminste één keer zelf in de krant. Dat zei lang geleden een ervaren redacteur van de Haagsche Courant tegen me. Ik heb daar nog vaak aan teruggedacht: het is waar, en het geldt niet alleen voor streekkranten - zoals mijn zegsman nog dacht - maar voor alle media, ook de omroepen. De lezer/kijker vindt zichzelf het interessantste, het nieuws is volkomen secundair. De laatste jaren roepen alle kranten hun lezers dan ook voortdurend op om hun verhalen in te zenden, hun foto's, hun mening te geven, om mee te doen - de voxpop (zoals deftige journalisten dat vroeger noemden) is oorverdovend geworden.

Het heeft dus iets logisch dat de publieke omroep steun probeert te krijgen met de leuze de publieke omroep vertelt UW verhaal. Gênant is het natuurlijk wel: wat nou, mijn verhaal? Maar minstens zo gênant vind ik het radiospotje waarmee ze dat doen, en waarin ze zichzelf ineens presenteren als voorvechters van onafhankelijke journalistiek. Je hoort dan achter elkaar vier, vijf verslaggevers een politicus aanspreken - en elke keer op brutale, sarcastische toon. Niet alleen is dat niet mijn verhaal: ik wil daar zelfs niets mee te maken hebben.


Leve het verschil 29/06/2010

De toevoeging 'm/v' in personeelsadvertenties is eigenlijk de waanzin ten top. Eerst probeer je alle beroepen neutrale - en dus mannelijke - namen te geven, omdat het er zogenaamd niet toe doet of iemand een man of een vrouw is, en dan laat je blijken dat dat wel degelijk heel belangrijk is.

In Duitsland, het land van Kanzlerin Merkel, zeggen ze 'Koch/Köchin', en in een modern etiquetteboekje (Umgangsformen heute, 2003) lees ik dat het onbeleefd en incorrect is om een Professorin aan te duiden als Professor. Er bestaat zelfs jurisprudentie over: in advertenties móet 'Ingenieur/Ingenieurin' staan.

En wij sukkelen hier nog steeds met schrijvers, secretarissen en ondernemers, die bij nader inzien vrouwen blijken te zijn - maar zich daarvoor kennelijk generen. Het is dom, het is zielig, en het is nooit echt vol te houden. Of iemand een man of een vrouw is, is ALTIJD belangrijk. 


Prietpraat 24/06/2010

Habemus majorem. De aanstaande burgemeester van Amsterdam lijkt me een van de verstandigste mensen die voor die rol te vinden waren (sommige van de figuren die werden genoemd waren huiveringwekkend). Eberhard van der Laan zal zich ook niet laten intimideren door prietpraat zoals die van Nelleke Noordervliet, eergisteren op de voorpagina van het Parool, waar prominenten gevraagd was om een boodschap aan de toekomstige burgemeester.

'Laat de cultuur opruien', stond boven haar tekstje, en daaronder volgde de mededeling: 'Cultureel ligt de stad op z'n gat'. Je kunt het ook knap noemen: het zou moeilijk zijn geweest om clichématiger, goedkoper, retorischer, onwaarachtiger zinnetjes te bedenken. Ja, de nieuwe burgemeester zal het wel van zich af laten glijden, maar in honderden hoofden bevorderen de praatjes van La Noordervliet toch de gedachte dat Amsterdam een treurige stad is - en het dwaze idee dat cultuur iets is dat moet opruien. Maar misschien overschat ik nu de macht van het woord. 'Opruien', wie zegt dat eigenlijk nog? (Dan kun je net zo goed latijn spreken.) 


Terug naar boven

RSS installeren

Archief:

Lesje economie
Een kubieke kilometer
Vorstelijk vermaak
Pannen
Verwaaid
Oranje kwasten
Vragen over bloot en rood
De lezer in de krant
Leve het verschil
Prietpraat

1-10 van 558   >>